|
Achter deze schilderachtige deur woont Tatjana Wladimirowna. Het is de voordeur van een oud houten huis aan de rand van een dorp, 5 km buiten de grote stad Grodno, Wit Rusland. Om het huis ligt een groot erf met een groentetuin, bloemperken, fruitbomen, een paar schuurtjes en rondscharrelende kippen. Toen ik Tatjana voor het eerst ontmoette, was ze rond de 65, een potige vierkante boerenvrouw met stevige armen en benen die haar eigen wodka stookte. Ze was een soort collega van Larissa, mijn vriendin. Larissa gaf Duitse les op de 10-jarige school in het dorp. Tatjana gaf in de vakanties aan diezelfde school praktijklessen tuinieren. Die lessen waren verplicht! De 1e keer dat ik bij Tatjana op bezoek kwam, vergeet ik nooit meer. ‘s Morgens tegen half elf komen Larissa en ik bij haar huisje aan. Koffietijd, ik heb wel trek in een bakje. Als we in de keuken komen, ruik ik de koffie en zie ik de kopjes al op tafel staan. Maar, oh lieve help, er staat nog veel meer op tafel: vers gebakken blinnies (aardappelkoekjes) met een kan room er naast, in de schil gekookte aardappels, hardgekookte eieren, verse augurken, ingemaakte tomaten en paprika, allerlei soorten worst, gekookt vlees, plakken gekookte biet, vers gebakken brood en naast het koffiekopje staat een klein glaasje. Voor de wodka…? Voordat ik aan tafel schuif, moet ik eerst naar het toilet. "Larissa, ik heb een toilet nodig", fluister ik. "Tatjana Wladimirowna, werkt het toilet?", vraagt Larissa. (ouderen en onbekenden spreek je altijd beleefd aan met voornaam en vadersnaam) "Njet, Petrovna (Larissa’s vadersnaam), het toilet werkt niet! Wacht maar even", en weg beent ze. (Later kom ik er achter dat er op dat moment helemaal geen toilet is) Even later komt Tatjana terug met een zinken emmer en neemt mij mee naar het halletje achter die mooie voordeur. "Dawai!, ga je gang", zegt ze, loopt terug naar de keuken en sluit de deur. Dat doe ik dan maar, ik ga m’n gang. Als ik klaar ben sta ik daar met mijn emmer. Wat nu? Toch maar even vragen. Dus ga ik weer naar de keuken. "Tatjana Wladimirowna, ik ben klaar". Ze komt gelijk overeind, beent naar het halletje, pakt de emmer, opent de voordeur en 1, 2, 3…met een stevige zwaai gooit ze de inhoud naar buiten! Verschrikt vliegen de kippen alle kanten op. Vinden jullie het erg dat ik dit vertel? Ik hoop het niet. Het is een van die kostelijke herinneringen waar ik hartelijk om kan lachen. Tatjana heeft een groot hart. Ze zal niemand honger laten lijden. Op de dag dat ik weer met de trein naar huis zou gaan, stond ze ‘s morgens vroeg al bij ons binnen met een tas vol eten: 10 gekookte eieren, verse augurken, radijsjes, gedroogd zout vlees, een hele gebraden kip en eigen gebakken brood. Toen ik 36 uur later thuis kwam, had ik nog niet alles op! O ja, en wat die wodka betreft, ik heb het maar bij 7 druppels gehouden, zoals Larissa het uitdrukt. Uit beleefdheid.
|